Na het vaststellen van de Begroting 2026-2029 heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan, die opgenomen zijn in de Kaderbrief 2027-2030. Uw Raad heeft deze Kaderbrief op 8 juli 2026 vastgesteld. Dit is het uitgangspunt voor het opstellen van de Begroting 2027-2030.
Tabel: FO.01 Kaderbrief 2027-2030 (x € mln.)
BEGROTING 2027 | RAMING 2028 | RAMING 2029 | RAMING 2030 | ||
|---|---|---|---|---|---|
Kaderbrief 2027-2030 | -3,8 | -0,3 | -2,9 | -1,6 | |
waarvan incidenteel | -12,6 | -4,8 | -4,3 | -1,7 | |
waarvan structureel | 8,7 | 4,4 | 1,5 | 0,1 | |
WEERSTANDSRATIO | 2,4 | 2,3 | 2,7 | 2,6 |
Na het vaststellen van de Kaderbrief 2027-2030 heeft zich een aantal financiële ontwikkelingen voorgedaan. In onderstaande tabel zijn deze ontwikkelingen weergegeven.
Tabel: FO.02 Ontwikkelingen na vaststelling Kaderbrief 2027-2030 (x € mln.)
BEGROTING 2027 | RAMING 2028 | RAMING 2029 | RAMING 2030 | ||
|---|---|---|---|---|---|
1 | Meicirculaire | 11,7 | 10,2 | 9,1 | 10,8 |
2 | Loon- en prijsontwikkeling | -12,5 | -12,2 | -12,3 | -12,6 |
3 | Index belastingen (OZB) | 1,7 | 1,8 | 1,8 | 1,8 |
4 | Areaal-effect | 2,4 | 3,7 | 4,4 | 4,3 |
5 | Rente-effect | 1,2 | 0,6 | -0,7 | -0,9 |
6 | Kapitaallasten | 3,1 | 1,1 | 0,2 | -0,8 |
7 | Stelpost Kapitaallasten | 0,0 | -1,1 | -0,1 | 0,0 |
8 | Kostendekkendheid Riolering / Afval / CBA / VTH | 0,6 | 0,4 | 1,3 | 1,4 |
9 | Actualisatie OZB begroting 2027-2030 | -0,6 | -0,8 | -0,9 | -1,1 |
10 | Actualisatie bijdrage SamenFoort | -0,2 | -0,2 | -0,2 | -0,4 |
11 | Stelpost Onderuitputting - Netto effect | -1,2 | -0,8 | 0,0 | 0,0 |
12 | Overig | -0,1 | -0,1 | -0,1 | -0,1 |
TOTAAL ontwikkelingen na vaststelling Kaderbrief 2027-2030 | 6,1 | 2,6 | 2,4 | 2,3 | |
- Na het opstellen van de Kaderbrief 2027-2030 is de Meicirculaire 2026 van het gemeentefonds verschenen. Hierin heeft het kabinet extra middelen ter beschikking gesteld aan gemeenten. Daarmee leverde de Meicirculaire 2026 extra structurele financiële ruimte op die ook weer ingezet is om de kosten van de gestegen lonen en prijzen mee te dekken. Zie ook onder 2.
Het positieve effect van de Meicirculaire 2026 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de structureel extra ontvangen middelen uit de Voorjaarsnota 2026 van het Kabinet als gevolg van een positieve ontwikkeling van het accres.
Met betrekking tot het gemeentefonds hebben wij vanaf 2027 onze ruimte onder het plafond van het BTW-Compensatiefonds geraamd voor € 1,9 miljoen. Verder is, vanaf 2029, een stelpost opgenomen naar aanleiding van het advies van de VNG, op basis van de verwachting dat het Rijk tegemoetkoming zal bieden in de tekorten op de Jeugdzorg, voor een bedrag van € 3,3 miljoen. Zie ook de toelichting onder punt 11. - Het Centraal Planbureau (CPB) raamt de prijsmutatie van het Bruto Binnenlands Product (BBP) voor 2027 op 2,5%. Met dat percentage wordt ook het gemeentefonds bijgesteld qua loon- en prijsontwikkeling. Het uitgangspunt is dat onze lonen en prijzen met 2,5% stijgen. Dat betekent voor onze begroting een structurele kostenpost van ongeveer € 12,4 miljoen. Hier staat deels dekking uit het gemeentefonds tegenover (zie onder 1) en deels dekking uit de groei van de belastingopbrengsten (zie onder 3).
- Conform de Kaderbrief 2027-2030 indexeren we ook de opbrengst van de belastingen met 2,5%. Dat leidt tot een extra opbrengst van ongeveer € 1,7 miljoen. Het grootste deel hiervan komt uit de OnroerendeZaakBelasting (OZB).
- De prognose van het aantal woningen, en daarmee ook het aantal inwoners, is significant naar beneden bijgesteld. Dit naar aanleiding van het niet realiseren van de geprognosticeerde, en beoogde 1.000 woningen per jaar. Dit heeft tot gevolg dat de areaalbudgetten naar beneden zijn bijgesteld. Voor de gemeentelijke begroting leidt dit tot een verlaging van de lasten.
- De rente-effecten in bovenstaande tabel betreft een mutatie op ons totaal aan rentelasten- en baten t.o.v. de inschatting in de Kaderbrief 2027-2030. Door aflossingen op bestaande leningen en door het achterblijven van investeringen gaat dit voor de eerste twee jaar nog om een positief effect. Voor de jaren erna is dit een negatief effect; ons financieringsoverschot gaat langzaam over in een financieringsbehoefte door toenemende (en vooruitgeschoven) investeringen.
- Vanwege vertraging in de uitvoering van investeringen (zoals ook gemeld in de Zomerrapportage 2026) is er in 2027 sprake van lagere kapitaallasten. Voordelen storten we in een stelpost kapitaallasten, om in latere jaren, wanneer er hogere kapitaallasten zijn, deze te kunnen dekken uit de stelpost. Dat doen we niet in het eerste begrotingsjaar (2027).
- In 2028 en 2029 is er sprake van een voordeel van de kapitaallasten die we toevoegen aan de stelpost kapitaallasten. Zie ook onder 6. Die onderdelen waar al dekking is voor de kapitaallasten, nemen we niet mee in de stelpost. Kapitaallasten vanuit de RISA zijn daar een voorbeeld van (zie paragraaf RISA).
- Er is per saldo ongeveer € 600.000 meer door te belasten aan de leges en tarieven voor riolering, afval, CBA en VTH. Dat komt onder andere door de indexatie en doordat we meer compensabele BTW kunnen verrekenen in de tarieven.
- Vanwege de lagere prognose van het aantal woningen en het aantal m 2 niet-woningen dan eerder gedacht (zie ook onder 4), is de OZB opbrengst in de toekomst lager dan vorig jaar verwacht.
- Jaarlijks bekijken we of de te betalen prijsindex aan de onderwijscoöperaties bijgesteld moet worden. De accrespercentages uit de gemeentefondscirculaires zijn hiervoor leidend. Het accrespercentage voor 2027 ligt met 4,3% hoger dan onze eigen prijsindex (2,5%). Dit leidt tot een extra te betalen bedrag aan de onderwijscoöperaties.
- Met de Kadernota 2026-2029 is er op verzoek van de raad in de begroting een stelpost Onderuitputting opgenomen van € 7 miljoen, voor de jaren 2027 en verder. Met de aanpassing van het Gemeentelijk Toezichtskader (GTK) is sindsdien duidelijk gemaakt dat algemene stelposten niet mogelijk zijn. In verband hiermee is, in de opstelling van deze Meerjarenbegroting, gekeken naar alternatieven die wel binnen de toegestane kaders vallen. Ingeval er sprake is van een goede onderbouwing en een reële verwachting, is het toegestaan om specifieke stelposten op te nemen. Dit betekent dat de stelpost onderuitputting wordt vervangen door:
- Een Stelpost Kapitaallasten, van € 1 ,1 miljoen in 2027, oplopend tot € 1,8 miljoen in 2029 ;
- Een Stelpost Loonkosten, van € 2,8 miljoen voor de jaren 2027 en 2028;
- Het ramen van de ruimte onder het BTW-Compensatiefonds, structureel € 1,9 miljoen voor de jaren 2027 en verder (zie ook punt 1); en
- Een Stelpost Hervormingsagenda Jeugd, van € 3,3 miljoen voor de jaren 2029 en 2030 (zie ook punt 1).
Bovenstaande ontwikkelingen leiden tot een nieuwe stand van de Begroting 2027-2030. Deze nieuwe stand is in onderstaande tabel weergegeven.
Tabel: FO.03 Begrotingssaldo (x € mln.)
BEGROTING 2027 | RAMING 2028 | RAMING 2029 | RAMING 2030 | ||
|---|---|---|---|---|---|
Kaderbrief 2027-2030 | -3,8 | -0,3 | -2,9 | -1,6 | |
waarvan incidenteel | -12,6 | -4,8 | -4,3 | -1,7 | |
waarvan structureel | 8,7 | 4,4 | 1,5 | 0,1 | |
WEERSTANDSRATIO | 2,4 | 2,3 | 2,7 | 2,6 | |
Ontwikkelingen na vaststelling Kaderbrief 2027-2030 | 6,1 | 2,6 | 2,4 | 2,3 | |
waarvan incidenteel | -0,2 | -0,1 | -0,1 | -0,3 | |
waarvan structureel | 6,3 | 2,8 | 2,5 | 2,6 | |
BEGROTINGSSALDO 2027-2030 | 2,3 | 2,3 | -0,5 | 0,7 | |
waarvan incidenteel | -12,8 | -4,9 | -4,4 | -2,0 | |
waarvan structureel | 15,0 | 7,2 | 4,0 | 2,7 | |
WEERSTANDSRATIO | 2,1 | 2,5 | 2,9 | 3,1 |
Uit bovenstaande tabel blijkt dat er per saldo een batig begrotingssaldo van € 2,3 miljoen in 2027 resteert. Structureel is dit een saldo van € 15,0 miljoen. Het structurele saldo loopt af richting het einde van de meerjarenraming maar is in alle jaren positief. Daarmee is deze begroting een financieel solide begroting.
Per saldo leidt dit tot een financieel beeld dat gunstiger is ten opzichte van de begroting 2026-2029 en ook gunstiger dan voorzien bij de Kaderbrief 2027-2030. Onze begroting is in de periode 2027-2030 structureel sluitend en voldoet daarmee in 2027 aan de normen van de financiële ijkpunten. Wel maken we hier bij de kanttekening dat het coalitieakkoord hierin niet verwerkt is.
Als we kijken naar het structurele begrotingssaldo ziet dit er voor de komende jaren gunstig uit. Het is daarbij goed om een aantal (on)zekerheden te benoemen.
We sturen sterker aan de wind in vergelijking met voorgaande jaren. De ombuigingen van structureel
€ 24 miljoen zijn vanaf 2026 verwerkt in de begroting. We houden in deze begroting verder rekening met onderuitputting op een aantal posten, te weten op kapitaallasten en loonkosten, en houden we rekening met extra compensatie voor jeugd. Daarnaast ramen we een bedrag vanuit het BTW compensatiefonds. Deze posten zijn in lijn met de aangenomen motie om realistischer te begroten en in de begroting voortaan rekening te houden met het feit dat er onderuitputting optreedt. Door het opnemen van deze stelposten verkleinen we de kans op financiële overschotten aan het eind van het jaar. Deze posten lopen samen op tot € 7 miljoen in 2029 .
De onzekerheid op voldoende middelen voor jeugd blijft vooralsnog bestaan. Als het Rijk op basis van het tweede advies van de deskundigencommissie gemeenten onvoldoende tegemoet komt om uitvoering te kunnen geven aan de Hervormingsagenda, dan leidt dit tot een extra besparingsopgave op het gebied van Jeugd of een tegenvaller in de meerjarenbegroting.
Daarnaast is de financiële situatie van gemeenten onderhevig aan de onzekerheden van de landelijke politiek, maar ook aan wereldwijde ontwikkelingen. Er is een groter risico dat de loon/prijsbijstelling die we via het gemeentefonds ontvangen (2,5% in 2027) onvoldoende is om onze eigen gestegen prijzen mee te betalen. In het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen is het risico op prijsstijgingen reëel, en daarmee neemt het financieel risico voor ons als gemeente toe. Het kabinet heeft bovendien besloten om de herverdeling van het gemeentefonds voor de jaren 2027 en 2028 te bevriezen. Dit levert in de huidige meerjarenraming een onzekerheid op vanaf 2029.
De weerstandsratio voldoet alle jaren van de meerjarenbegroting aan de minimaal vastgestelde normen. Het beeld van de weerstandsratio is de komende jaren positief met een stijgende tendens. De ratio voor 2027 en de jaren erna is hiermee behoorlijk op peil, maar moeten we in perspectief zien. De belangrijkste kanttekening is dat het coalitieakkoord van invloed zal zijn op de weerstandsratio. Zoals u in de paragraaf grondbeleid kunt lezen is er verder sprake van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die nog niet zijn meegenomen in de risico's, met een bandbreedte van € 15 - € 25 miljoen. Daarnaast zal bij de herziening van de grondexploitaties het meerjarig verloop van de risico's van de grondexploitaties extra aandacht krijgen, wat een mogelijke stijging van de benodigde weerstandscapaciteit betekent. Kortom, de weerstandsratio is in deze begroting sterk een momentopname.
Tabel: FO.04 Staat van de reserves
Omschrijving | Saldo begin 2026 | Saldo begin 2027 | Saldo begin 2028 | Saldo begin 2029 | Saldo begin 2030 | Saldo begin 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Algemene Reserve | 119.390 | 129.498 | 123.957 | 120.526 | 118.296 | 118.956 |
Bestemmingsreserves | 100.085 | 99.447 | 93.085 | 89.863 | 87.730 | 85.322 |
TOTAAL | 219.474 | 228.945 | 217.042 | 210.389 | 206.026 | 204.278 |
Tabel: FO.05 Staat van de voorzieningen
Omschrijving | Saldo begin 2026 | Saldo begin 2027 | Saldo begin 2028 | Saldo begin 2029 | Saldo begin 2030 | Saldo begin 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|
A. Onderhoudsegalisatie | 17.648 | 15.728 | 14.021 | 15.844 | 18.395 | 22.169 |
B. Middelen derden | 15.337 | 14.737 | 14.097 | 13.461 | 12.829 | 12.201 |
C. Verplichtingen, verliezen, risico's | 38.019 | 38.106 | 38.195 | 38.284 | 38.374 | 38.463 |
D. Voorziening voor bijdrage aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven | 13.088 | 12.963 | 14.720 | 15.422 | 15.388 | 16.756 |
TOTAAL | 84.091 | 81.534 | 81.033 | 83.012 | 84.986 | 89.590 |
