Op 18 februari 2020 heeft uw Raad een nieuwe set van financiële ijkpunten vastgesteld. De indeling in Stabiliteit, Weerbaarheid en Flexibiliteit is blijven bestaan. Een aantal ijkpunten is hard genormeerd en kennen daarnaast streefwaarden. Van andere financiële ijkpunten is de ontwikkeling in de tijd van belang. Afgesproken is dat we de scores op deze financiële ijkpunten zowel bij de begroting als bij de jaarstukken in beeld brengen.
In onderstaande tabel ziet u dat in deze begroting de weerstandsratio elk jaar licht oploopt. De weerstandsratio voldoet daarmee in alle jaren van de meerjarenbegroting aan de minimaal vastgestelde norm. Het beeld van de weerstandsratio heeft de komende jaren een stijgende tendens van 2,1 naar 3,1. Echter, de effecten van het coalitieakkoord en het college-uitvoeringsprogramma zijn hierin nog niet opgenomen. Ook is er sprake van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zie paragraaf grondbeleid) die van invloed zijn op de weerstandsratio en blijft het risicomanagement in ontwikkeling (zie paragraaf weerstandsvermogen). De ratio is hiermee vooral een momentopname en zullen we de komende jaren nauw blijven monitoren.
Het begrotingssaldo is voor 2027, 2028 en 2030 positief. Voor 2029 is het begrotingssaldo negatief. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat in 2029 de incidentele baten lager zijn dan de incidentele lasten. Het structurele begrotingssaldo daarentegen is in alle jaren van deze meerjarenbegroting positief. Hierbij merken wij op dat de effecten van het coalitieakkoord en het college-uitvoeringsprogramma hierin nog niet zijn opgenomen. De financiële effecten van het uitvoeringsprogramma worden apart aan de Raad voorgelegd voor besluitvorming in de vorm van een begrotingswijziging op deze begroting.
Onze solvabiliteitsratio, die aangeeft of we voldoende eigen vermogen hebben om aan onze financiële verplichtingen te voldoen, daalt de komende jaren licht maar blijft gedurende de periode boven de signaalwaarde van 20%. De daling is in lijn met de verwachting van hogere investeringen de komende jaren. Het eigen vermogen blijft de komende jaren stabiel, maar door een stijging van het totale vermogen als gevolg van de toenemende investeringen daalt de solvabiliteitsratio.
De netto schuldquote geeft inzicht in de mate waarin de schuldenlast drukt op de exploitatie. Hierin gaan we uit van de bestaande leningenportefeuille. Omdat we hierop aflossen levert dit een dalende trend op in het meerjarenbeeld van de quote. Met de verwachte investeringen in ons ruimtelijk domein en als gevolg daarvan een eventueel nieuw benodigde lening zal de netto schuldquote op termijn weer stijgen.
De onbenutte belastingcapaciteit is een kengetal dat aangeeft welke ruimte we als gemeente nog hebben om belastingen te verhogen voordat we in aanmerking zouden komen voor extra steun, in het geval van financiële problemen. Deze is in 2027 lager dan in het voorgaande jaar, onder andere doordat het percentage van het 'redelijk peil' van artikel 12 is aangepast.
Uiteraard blijven we de komende jaren ook onder de normen van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
Per saldo kunnen we op basis van onderstaande cijfers concluderen dat de financiële positie van de gemeente Amersfoort de komende jaren goed is. Op de langere termijn, vanaf 2029, wordt dit onzeker. Ontwikkelingen in ons ruimtelijke domein, op jeugdzorg, en vanuit het Rijk zullen sterk van invloed zijn op onze financiële positie.
Tabel: FP.01 IJkpunten (x € mln.)
IJKPUNTEN | EENHEID | WERKE-LIJK 2025 | BEGRO-TING 2026 ** | BEGRO-TING 2027 | RAMING 2028 | RAMING 2029 | RAMING 2030 | NORM / SIGNAAL-WAARDE | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Stabiliteit | 1. | Ontwikkeling van saldo van baten en lasten (inclusief mutaties reserves) | € mln. | 32,4 | -4,5 | 2,3 | 2,3 | -0,5 | 0,7 | > = 0 |
2. | Structureel exploitatiesaldo | % | 7,0% | 2,4% | 1,9% | 0,9% | 0,5% | 0,4% | 0 - 1% | |
3. | Saldo van baten en lasten | € mln. | 33,7 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t | |
Weerbaarheid | 4. | Weerstandsvermogen | ratio | 2,1 | 2,5 | 2,1 | 2,5 | 2,9 | 3,1 | 1,2 - 1,5 |
5. | Netto-schuldquote | % | 33,1% | 43,8% | 46,7% | 39,7% | 33,5% | 28,3% | 100% | |
5b. | Gecorrigeerde netto-schuldquote | % | 28,3% | 38,7% | 41,7% | 34,7% | 28,4% | 23,3% | n.v.t. | |
6. | Solvabiliteit | % | 32,0% | 27,4% | 24,3% | 22,7% | 21,2% | 20,8% | 20% | |
Flexibiliteit | 7. | Netto-rentequote | % | 0,2% | 0,3% | 0,4% | 0,7% | 1,0% | 1,1% | n.v.t. |
8. | Afschrijvingsquote | % | 2,5% | 2,9% | 3,5% | 4,2% | 4,6% | 4,9% | n.v.t. | |
9. | Belastingcapaciteit | % | 94,7% | 98,5% | 96,8% | 96,8% | 96,8% | 96,8% | n.v.t. | |
10. | Onbenutte belastingcapaciteit | € mln. | 2,7 | 10,5 | 6,0 | 5,1 | 5,2 | 5,3 | n.v.t. | |
Overige verplichte indicatoren | 11. | EMU-saldo | € mln. | -40,5 | -148,0 | -101,0 | -49,5 | -50,3 | -5,4 | n.v.t. |
12. | Grondexploitatie | % | 4,9% | 3,9% | 1,5% | 5,0% | 6,2% | 4,7% | n.v.t. | |
13. | Kasgeldlimiet | € mln. | 62,3 | 65,2 | 66,4 | 64,9 | 62,4 | 62,6 | n.v.t. | |
14. | Renterisiconorm | € mln. | 146,5 | 153,4 | 156,3 | 152,8 | 146,7 | 147,3 | n.v.t. | |
15. | Overhead | % | 7,2% | 8,3% | 8,6% | 8,4% | 9,1% | 8,9% | n.v.t. |
* Dit ijkpunt betreft een vergelijking tussen het begrote saldo van baten en lasten en de realisatie.
Dit ijkpunt is dus alleen beschikbaar in de jaarstukken.
** Dit betreft de actuele begroting 2026.
