Duurzaamheid
Inleiding
Amersfoort staat voor grote maatschappelijke opgaven op het gebied van ecologische en sociale duurzaamheid. Denk aan klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en uitputting van grondstoffen en sociale ongelijkheid. Op 4 april 2023 heeft de gemeenteraad besloten een paragraaf ‘Duurzaamheid’ op te nemen in de begroting en jaarstukken. Deze paragraaf geeft inzicht in de voortgang van duurzaamheidsdoelen die de gemeente zich op dat vlak heeft gesteld. Omdat deze doelen verschillende programma’s raken, maakt deze paragraaf ook de samenhang tussen de programma’s en de gemeentelijke ambities zichtbaar. Als gemeente willen we onze negatieve impact beperken en bijdragen aan oplossingen die zorgen voor een leefbare stad, nu en in de toekomst.
Hoewel deze rapportage zich primair richt op ecologische duurzaamheidsdoelen, hebben veel ontwikkelingen ook een belangrijke sociale betekenis. Thema's als energiearmoede, toegang tot groen, klimaatadaptatie en luchtkwaliteit raken direct aan gezondheid, welzijn en leefbaarheid. Door deze samenhang te benoemen, wordt zichtbaar hoe duurzaamheidsbeleid niet alleen bijdraagt aan een betere leefomgeving, maar ook aan een veerkrachtige en inclusieve samenleving. De komende jaren werken we aan de ontwikkeling van indicatoren op het gebied van sociale duurzaamheid.
De aandacht voor duurzaamheid groeit landelijk en internationaal. Organisaties worden steeds vaker gevraagd om inzicht te geven in hun impact op mens, milieu en samenleving. Hoewel gemeenten niet verplicht zijn om een duurzaamheidsrapportage op te stellen, vindt Amersfoort het belangrijk om onze voortgang zichtbaar te maken. Daarmee kunnen we onze prestaties volgen, leren van resultaten en invulling geven aan onze voorbeeldrol. We sluiten daarbij aan op Europese en landelijke richtlijnen voor het opstellen van een duurzaamheidsrapportage en volgen ontwikkelingen en inzichten op dit gebied.
De paragraaf bestaat uit twee onderdelen:
- Samen met de stad aan de slag – de duurzaamheidsdoelen voor Amersfoort als geheel.
- De gemeentelijke organisatie – de duurzaamheidsdoelen van de gemeentelijke organisatie.
In het eerste deel worden de ambities en indicatoren voor de stad Amersfoort benoemd. In het tweede deel wordt dieper op de ambities en indicatoren van de eigen organisatie ingegaan.
Beleidskader / algemene uitgangspunten
In de Omgevingsvisie Amersfoort 2030-40 hebben we onze langetermijnvisie voor de stad opgenomen. Duurzaamheid speelt daarin een belangrijke rol. Dit komt vooral tot uiting in de ontwikkelopgaven:
- Een groene stad in een groene omgeving die water omarmt
- Een duurzame, CO 2 -neutrale stad
De belangrijkste thema’s om hier invulling aan te geven zijn:
- Klimaat en klimaatadaptie
- Circulariteit
- Groen en biodiversiteit
- Luchtkwaliteit
Deze thema’s werken we verder uit in de volgende onderdelen. Ze vormen daarbij de basis voor de invulling van de onderdelen van deze paragraaf. Ook zijn omgevingsprogramma’s vastgesteld of in ontwikkeling. Hierin staan doelen en indicatoren om de voortgang te volgen. De hoofdlijnen daarvan komen terug in deze duurzaamheidsparagraaf.
Onderdeel 1: Samen met de stad aan de slag
1.1. Klimaat
Ambitie
De aarde wordt warmer door de grote uitstoot van broeikasgassen, zoals koolstofdioxide (CO ₂ ). Deze uitstoot vindt wereldwijd plaats en heeft invloed op het klimaat. Door de toename van broeikasgassen blijft meer warmte in de atmosfeer hangen. Daardoor raken natuurlijke processen verstoord, met negatieve gevolgen voor de aarde en onze samenleving.
Amersfoort wil in 2030 de uitstoot van broeikasgassen met minimaal 55% hebben verminderd ten opzichte van 1990. In 2050 willen wij een CO ₂ -neutrale stad zijn. Deze doelstellingen sluiten aan bij het Klimaatakkoord van Parijs en de klimaatwet.
Om deze doelstelling te realiseren zetten we in op het beperken van:
- de CO 2 -emissies die we zelf veroorzaken, bijvoorbeeld door het verwarmen van gebouwen of verbranding van fossiele brandstoffen in voertuigen (scope 1 emissies).
- indirecte uitstoot veroorzaakt door de energie die we gebruiken (scope 2 emissies).
- CO 2 -emissies die wij indirect veroorzaken in productieketens (scope 3 emissies).
Voor het meten en verminderen van de klimaatimpact van een organisatie wordt internationaal gewerkt met het Greenhouse Gas (GHG) Protocol . Dit protocol verdeelt broeikasgasemissies in drie categorieën: scope 1, 2 en 3:
Scope 1: Directe uitstoot uit bronnen die de organisatie zelf bezit of beheert, zoals aardgasverbruik en eigen voertuigen.
Scope 2: Indirecte uitstoot die ontstaat bij de opwekking van ingekochte energie, zoals elektriciteit, warmte of koeling.
Scope 3: Alle overige indirecte uitstoot in de waardeketen, zoals emissies van leveranciers, inkoop, mobiliteit, afval en het gebruik van producten of diensten.
Om de voortgang te volgen worden er twee indicatoren gebruikt. De lokale CO 2 uitstoot laat zien in welke mate de verduurzaming van het energiegebruik van de gebouwde omgeving en mobiliteit vordert (scope 1 en 2 emissies). Het CO 2 budget is een indicator waarmee we voor een aantal sectoren onze impact in productieketens kunnen monitoren (scope 3 emissies). Dit betreft nieuwbouw, de openbare ruimte en industrie. Om ons klimaatdoel in 2030 te realiseren wordt de uitvoering georganiseerd via verschillende Omgevingsprogramma’s. Het Omgevingsprogramma Energie heeft inmiddels ter inzage gelegen en zal eind 2026 worden vastgesteld. In het Omgevingsprogramma worden concrete doelen gesteld voor het realiseren van meer duurzame energie opwek, minder energiegebruik en minder aardgasaansluitingen. Het Omgevingsprogramma Circulaire Stad is vastgesteld en geeft richting aan het gebruik van minder primaire grondstoffen, meer hergebruik en het gebruik van meer biobased materialen. Dit levert een bijdrage aan minder CO 2 uitstoot in productieketens.
Indicator: Lokale CO 2 -uitstoot per jaar
Via de klimaatmonitor van het Rijk berekenen we hoeveel CO 2- uitstoot wordt veroorzaakt door het energiegebruik in Amersfoort. Deze berekeningen lopen in de regel twee jaar achter op de huidige stand van zaken. Op de website Amerfoortincijfers rapporteren wij over de lokale CO 2 -uitstoot. Daarbij leggen we ook een relatie met onze doelstellingen voor 2030 en 2050. Ook bieden we inzicht in de CO 2- uitstoot van verschillende doelgroepen zoals woningen, mobiliteit en bedrijfsactiviteiten.
Stand van zaken
De lokale CO ₂ -uitstoot door energiegebruik in Amersfoort daalt al meerdere jaren. We merken dat steeds meer inwoners en bedrijven bewuster omgaan met energie en stappen zetten door gebouwen te verduurzamen en energiezuinige apparaten aan te schaffen. Het doel is om in 2030 55% minder CO 2 uit te stoten dan in 1990. Dat betekent dat in er in dat jaar maximaal 260.718 ton aan CO 2 - emissies veroorzaakt mag worden. Ten opzichte van 1990 was er in 2023 sprake van ongeveer 52% minder CO 2 uitstoot. Het doel voor 2030 is daarmee binnen handbereik Op het moment dat het Omgevingsprogramma Energie is vastgesteld zal de monitoring uitgebreid worden met andere indicatoren zoals het aardgasgebruik, het aantal aardgasafsluitingen en de hoeveelheid lokaal duurzaam geproduceerde energie.
Lange termijn
Om in 2050 CO 2 -neutraal te kunnen zijn, mag er op de lange termijn geen CO 2 - uitstoot meer worden veroorzaakt (door het energiegebruik) in Amersfoort. Het energiegebruik is daarmee klimaatneutraal.
Indicator: CO 2 -budget
Waar werken we naar toe?
IPCC (het wetenschappelijke klimaatpanel van de Verenigde Naties) berekent hoe groot het resterende koolstofbudget is. Dit koolstofbudget geeft aan hoeveel CO 2 we nog kunnen uitstoten voordat we aan een bepaalde temperatuurstijging zitten. Gemeente Amersfoort gebruikt het CO 2 -budget als hoofdindicator voor klimaatverandering.
Budget
Het wereldwijde koolstofbudget is teruggerekend naar Nederland en vervolgens naar Gemeente Amersfoort. Op basis hiervan hebben we laten berekenen welk CO 2- budget we beschikbaar hebben tot en met 2030. Dit totale CO 2 -budget hebben we gerelateerd aan de groei van Amersfoort en aan de grootgebruikers van CO 2 -uitstoot: nieuwbouw, renovatie, openbare ruimte, industrie etc.
Omdat Amersfoort weinig industrie heeft, heeft de woningbouwopgave de grootste impact op het CO2 budget van gemeente Amersfoort. De resultaten van het onderzoek zijn te zien in de onderstaande figuur. Op basis van de huidige woningbouwambities en de wettelijke standaarden voor woningbouw lijkt de doelstelling van 1,5 graden uit het Parijsakkoord niet langer haalbaar.

Middellange termijn
Op de middellange termijn gaan we de CO 2 -uitstoot van hoge impact sectoren (nieuwbouw, renovatie en openbare ruimte ) daadwerkelijk berekenen. De daadwerkelijk CO 2 -uitstoot gaan we vervolgens vergelijken met het theoretische CO 2 -budget. Op deze manier krijgen we inzicht in hoe we ervoor staan met onze ambitie en op welke vlakken extra maatregelen nodig zijn om verdere opwarming van de aarde zo veel mogelijk te beperken.
Lange termijn
In de toekomst willen we alle uitstoot binnen de gemeentegrenzen in kaart brengen en dat vergelijken met het theoretische CO 2 -budget. Op deze manier wordt het thema klimaatverandering geheel in beeld gebracht.
Indicator: Milieukostenindicator (MKI)
Voor de openbare ruimte gebruiken we de Milieu Kosten Indicator (MKI). Deze drukt de milieubelasting van materialen en projecten in euro’s. Daarbij wordt gekeken naar de totale levenscyclus, van de winning van grondstoffen tot aan verwerking bij einde levensduur. Een MKI- berekening is daarmee een hulpmiddel om duurzamere keuzes te kunnen maken en ook gericht te sturen op het verminderen van primaire grondstoffengebruik
Een belangrijk onderdeel van de milieukosten wordt veroorzaakt door de CO 2 die wordt uitgestoten door bij de productie van materialen en uitvoering van een project. Door de milieu- impact van projecten in de openbare ruimte te meten en monitoren, kunnen we inzicht verkrijgen in de CO 2 die wordt uitgestoten tijdens het beheer, onderhoud en inrichting van de openbare ruimte in onze stad. Daarmee hebben we een instrument in handen om gericht te sturen op het behalen van onze beleidsdoelstellingen.
Op dit moment hebben wij geen streefcijfers voor MKI. Wel hebben wij doelstellingen op het verminderen van onze CO 2 uitstoot. De Milieu Kosten Indicator geeft ons inzicht in de voortgang op dit doel. Hoe we dit doen bij projecten waarbij Amersfoort opdrachtgever is en waar we nu staan ten opzichte van onze doelstellingen is verder uitgewerkt onderdeel 2.
1.2. Circulariteit
Ambitie
Amersfoort wil minder primaire grondstoffen gebruiken en in 2050 willen wij een volledig circulaire stad zijn. Hoe we dit gaan bereiken is uitgewerkt in het Omgevingsprogramma Circulaire Stad . Daarbij maken we onderscheid tussen vier verschillende onderwerpen met aparte doelstellingen:
- Opdrachtgeven en inkopen : Circulair opdrachtgeven en circulair inkopen de standaard maken. We werken naar een (lineaire) reductie van primaire grondstoffen van 50% in 2030 (ten opzichte van 2019).
- Bouw en gebiedsontwikkeling : Circulariteit wordt in 2030 standaard meegenomen in alle fasen van bouw- en gebiedsontwikkeling. We werken daarbij toe naar minimaal CO2-neutrale nieuwbouw in 2030, waarbij we zowel kijken naar materiaalgebruik als energie. We dragen daardoor bij aan de landelijke doelstelling voor reductie van primaire grondstoffen van 50% in 2030 (ten opzichte van 2019) en 100% in 2050.
- Bedrijvigheid : Het vergroten van het aantal circulaire bedrijven en bedrijfsactiviteiten in Amersfoort, door het creëren van de juiste randvoorwaarden.
- Consumptiegoederen : Het actief samenwerken met partijen in de stad, regio en landelijk met als doel minimaal gebruik van primaire grondstoffen en hoogwaardig hergebruik van materiaal en reststromen te stimuleren .
Iedere programmalijn kent een eigen doelgroep, aanpak en doelen.
Indicator: MKI
Het opstellen van een MKI-berekening geeft ook inzicht in hoeveel nieuwe, hergebruikt en biobased materialen worden toegepast. Een MKI- berekening is daarmee ook een hulpmiddel om gericht te sturen op het verminderen van primair grondstoffengebruik.
Op dit moment hebben wij geen streefcijfers voor MKI. Wel hebben wij doelstellingen op het verminderen van grondstoffengebruik. De Milieu Kosten Indicator geeft ons inzicht in de voortgang op deze doelen. Hoe we dit doen en waar we nu staan ten opzichte van onze doelstellingen is verder uitgewerkt in onderdeel 2.
Middellange termijn
Voor de openbare ruimte hebben wij de milieueffecten van materialen al goed in beeld. De komende jaren breiden wij de monitoring uit naar nieuwbouw, maatschappelijk vastgoed en andere materiaalstromen. Hierdoor ontstaat stap voor stap inzicht in het totale grondstoffengebruik binnen de gemeente.
De voetprint van gebouwen kan op termijn met de indicator M.P.G. (MilieuPrestatie Gebouwen) worden gemeten. De M.P.G.-score drukt de milieu-impact uit van de bouw (materialen en aanleg) van kantoren en nieuwbouwwoningen.
Lange termijn
In de toekomst kunnen we uitbreiden naar de overige materiaalstromen buiten de bouw. Dit kunnen we berekenen met levenscyclusanalyse (LCA). Met de LCA worden alle relevante milieueffecten - waaronder CO 2 - inzichtelijk gemaakt.
1.3. Vergroening en biodiversiteit
Ambitie
Amersfoort wil een natuurinclusieve stad zijn met een robuuste biodiversiteit. We behouden, versterken, vergroten en verbinden natuur in en om de stad. Daarbij zorgen we dat groen meegroeit met de ontwikkeling van de stad en dat natuur een volwaardige plek krijgt bij de inrichting en het beheer van de leefomgeving. Dit draagt niet alleen bij aan biodiversiteit, maar ook aan een gezonde en aantrekkelijke stad, met ruimte voor verkoeling, beweging, ontmoeting en ontspanning.
Indicator: Kwaliteit van leefgebieden
Waar werken we naar toe?
We nemen biodiversiteit en natuur steeds als vertrekpunt bij het ontwikkelen, inrichten en beheren van de openbare ruimte. We werken daarbij aan het herstel van het natuurlijke systeem en aan de Basiskwaliteit Natuur (BKN): het minimumniveau aan ecologische kwaliteit dat nodig is voor een gezonde natuur. De 33 Amersfoortse gidssoorten helpen om deze kwaliteit concreet te maken. Zij zijn kenmerkend voor de vier Amersfoortse landschappen en verschillende schaalniveaus en staan model voor de leefomstandigheden van meerdere soorten. Door de condities voor deze gidssoorten te verbeteren, versterken we de biodiversiteit als geheel.
Middellange termijn
Om te kunnen volgen of de biodiversiteit en de kwaliteit van leefgebieden zich ontwikkelen zoals beoogd, bouwen we de bestaande monitoring verder uit. Het monitoringsplan dat momenteel wordt opgesteld combineert soortenmonitoring met monitoring van het functionele leefgebied. Daarbij kijken we onder andere naar bomen, struiken en kruidenrijke vegetatie, stadsgroen, natuurvriendelijke oevers, poelen en ecologische verbindingen. Ook bestaande meetnetten, zoals MUS en VleerMUS, en gegevens uit de Nationale Databank Flora &Fauna (NDFF) worden benut.
Stand van zaken
Voor verschillende soorten en leefgebieden wordt al gemonitord. De komende jaren wordt deze monitoring uitgebreid, zodat steeds beter zichtbaar wordt of de Basiskwaliteit Natuur wordt gerealiseerd en of biodiversiteit en de kwaliteit van leefgebieden vooruit- of achteruitgaan. De resultaten worden jaarlijks gerapporteerd en gebruikt om beleid, inrichting en beheer waar nodig bij te sturen.
Lange termijn
Op langere termijn willen we de ontwikkeling van de biodiversiteit en de kwaliteit van de leefomgeving steeds beter integraal kunnen volgen. Daarbij sluiten we aan bij landelijke ontwikkelingen rond de monitoring van de Basiskwaliteit Natuur en benutten we waar mogelijk nieuwe indicatoren en methoden. Zo ontstaat een steeds beter onderbouwd beeld van de ontwikkeling van natuur en groen in Amersfoort.
1.4. Luchtkwaliteit
Ambitie
Amersfoort wil een gezonde leefomgeving bieden waarin inwoners veilig kunnen wonen, werken en recreëren. Schone lucht is essentieel om gezond te kunnen leven. Wanneer de lucht vervuild is, kan dit leiden tot klachten zoals benauwdheid en irritatie van de luchtwegen en op langere termijn tot hart ‑ en vaatziekten of een verminderde levensverwachting. Voor het verbeteren van de luchtkwaliteit zijn de volgende ambities zijn opgenomen in de Omgevingsvisie:
- De luchtkwaliteit verder verbeteren in de hele stad;
- Toewerken naar de WHO ‑ advieswaarden zoals aangescherpt in 2021. Dit zijn internationale richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie voor veilige luchtkwaliteit. Als tussendoel zijn vanuit Europa de normen voor 2030 aangescherpt.
- De uitstoot van roet terugdringen;
- Houtstook ontmoedigen vanwege de effecten op gezondheid;
- 50% gezondheidswinst realiseren ten opzichte van 2016 (Schone Lucht Akkoord).
Indicator: Concentraties fijnstof en stikstofdioxide
De concentraties van fijn stof en stikstofoxiden zijn belangrijke indicatoren voor het bepalen van de luchtkwaliteit. Via het Schone Lucht Akkoord monitoren wij:
- fijnstof (PM2,5);
- fijnstof (PM10);
- stikstofdioxide (NO ₂ ).
Deze stoffen worden geëmitteerd vanuit diverse bronnen binnen en buiten de stad zoals wegverkeer, industrie, houtstook en mobiele werktuigen.
Stand van zaken
In 2025 is het Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit 2026-2030, Schone lucht voor iedereen vastgesteld. Hierin zijn maatregelen opgenomen om de komende jaren de luchtkwaliteit verder te verbeteren. Dit uitvoeringsprogramma nemen we op in het Omgevingsprogramma Geluid, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid, dat naar verwachting zal worden vastgesteld in Q2 2027. Hiermee werken wij verder aan het verbeteren van de luchtkwaliteit zodat ook toekomstige normen gehaald worden en de lucht gezonder wordt. Volgens de prognoses zullen we in 2030 voldoen aan de nieuwe Europese normen. Daarna werken we verder aan de einddoelstelling: het behalen van de WHO-advieswaarden.
Onderdeel 2. Gemeentelijke organisatie
De gemeente heeft een eigen verantwoordelijkheid om te werken aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Dat gebeurt door het verminderen van onze eigen uitstoot en het verduurzamen van onze bedrijfsvoering, ons vastgoed en openbare ruimte en onze inkoop. Het is daarbij mogelijk om direct te sturen op het verminderen van ons grondstoffengebruik en CO 2 -uitstoot door het stellen van eisen aan opdrachtnemers en de door hen uit te voeren werken, diensten of leveringen. Maar ook voordat we besluiten tot inkoop, maken we als opdrachtgever keuzes die onze milieu-impact kunnen verkleinen. Bijvoorbeeld door af te zien van inkoop en op een andere manier te voorzien in een behoefte, de levensduur van een product te (laten) verlengen of producten van bestaand materiaal in te kopen (en her te gebruiken).
Hoe doen we dit?
Zoals ook opgenomen in het Omgevingsprogramma Circulaire Stad geeft Gemeente Amersfoort het goede voorbeeld bij opdrachtgeven en inkopen. We zetten daarbij in op:
- Het verminderen van ons totale grondstoffengebruik door producten bewust niet aan te schaffen en de levensduur hiervan te verlengen.
- Hoogwaardig hergebruik van bestaand en hernieuwbaar materiaal, zodat we in 2030 55% van onze materiaalbehoefte kunnen voorzien in hergebruikte of biobased materialen.
- Het verlagen van onze milieu-impact.
Stand van zaken – Beheer, onderhoud en herinrichting openbare ruimte
De meeste milieu-impact wordt veroorzaakt door onze projecten in de openbare ruimte. Door het uitvoeren van MKI-berekeningen hebben we voor deze projecten al goed zicht op de milieu impact. De komende jaren breiden wij dit uit naar andere inkoopcategorieën.
Hierdoor krijgen wij ook voor die inkoopcategorieën beter inzicht in materiaalgebruik, hergebruik van grondstoffen en bijbehorende milieueffecten.
Indicator: CO 2 -uitstoot openbare ruimte - Milieukostenindicator (MKI)
Sinds 2024 wordt bij projecten in de openbare ruimte vanaf het ontwerp tot aan oplevering van het werk een MKI-berekening gemaakt. Uit deze data is de CO 2 -uitstoot te herleiden. Aan de start van ieder project wordt een baseline-berekening gemaakt. Hiermee is inzichtelijk welke milieu impact zouden worden gemaakt als het project met traditionele materialen en machines wordt gerealiseerd. Door middel van optimalisaties (minder of andere materialen toepassen, materialen hergebruiken en de inzet van emissieloos materieel) wordt de CO 2 -uitstoot die gepaard gaat met het werk gereduceerd.
Reductie CO2 uitstoot in projecten openbare ruimte (in %) | ||||||
Realisatie cijfers | Streefcijfers | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
34 | 18 | 31 | ||||
Bron: | MKI- berekeningen, toegankelijk via dashboard Eco Monitor | |||||
Toelichting: | Voor de openbare ruimte gebruiken we Milieu Kosten Indicator (MKI) waarmee ook de CO2 uitstoot inzichtelijk wordt gemaakt. In 2025 zijn drie grote projecten aanbesteed waarin veel elementenverharding, asfalt en fundering is toegepast. Dit zorgt vooral voor de relatief beperkte reductie in CO2 uitstoot in 2025. In 2026 zorgt vooral de aanleg van een kunstgrassportveld voor een groot deel van de CO2 uitstoot. | |||||
Indicator: Milieukostenindicator (MKI) - grondstoffengebruik openbare ruimte
Uit de MKI-data is ook het primaire en secundaire grondstoffengebruik te herleiden.
Aandeel secundair en biobased materiaalgebruik in projecten openbare ruimte (in %) | ||||||
Realisatie cijfers | Streefcijfers | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
75 | 85 | 59 | 55 | |||
Bron: | MKI- berekeningen, toegankelijk via dashboard Eco Monitor | |||||
Toelichting: | Voor de openbare ruimte gebruiken we Milieu Kosten Indicator (MKI) waarmee ook het aandeel nieuw (primair), hergebruikte (secundair) en biobased grondstoffen inzichtelijk wordt gemaakt. Gemeente Amersfoort heeft in 2024 een raamovereenkomst gesloten met een adviesbureau voor het meten en monitoren van de milieu impact bij projecten in de openbare ruimte. De raamovereenkomst is ingegaan in Q3 van 2024 en heeft een looptijd van 4 jaar. Over het jaar 2024 zijn daarom niet alle gegevens beschikbaar, de cijfers hebben betrekking op drie projecten. Voor het jaar 2026 zijn de projecten die zijn aanbesteed tot en met Q2 2026 opgenomen, dit betreft 6 projecten. In 2025 zijn drie grote projecten aanbesteed waarin veel elementenverharding, asfalt en fundering is toegepast. Hoewel bij het toepassen van fundering en asfalt al relatief veel secundair materiaal wordt toegepast, is dat bij elementenverharding nog niet het geval. In 2025 heeft ook de aanbesteding van een 4 jarige raamovereenkomst voor het gronddepot plaatsgevonden. De resultaten daarvan zijn niet meegenomen in bovenstaande cijfers. Het toepassen van hergebruikte grond wordt meegenomen in de MKI berekening van een project waarin we deze grond gebruiken. In 2026 zorgt naast elementenverharding ook de aanleg van een kunstgrassportveld voor veel primair grondstoffengebruik. | |||||
Areaalmodel
Naast het meten en monitoren in projecten, heeft Amersfoort ook een areaalmodel laten opstellen. Met dit areaalmodel is in kaart gebracht wat de milieu impact is van de stad zoals deze er nu feitelijk ligt. Door vervolgens te kijken welke materialen met een hoge milieubelasting veel voorkomen, is het mogelijk om gericht en op strategisch niveau te sturen op het reduceren van CO 2 uitstoot en het gebruik van primaire grondstoffen bij deze productgroepen. Ook is het mogelijk om scenario’s door te rekenen op het model; bijvoorbeeld wat is de milieuwinst bij het verhogen van het percentage recyclaat in ons asfalt of het vervangen van teelaarde met veen door een alternatief zonder veen.
Bij het opstellen van het areaalmodel is in eerste instantie gebruik gemaakt van generieke productinformatie die is opgenomen in de Stichting Nationale MilieuDatabase (NMD). Vervolgens zijn op dit model de duurzaamheidsmaatregelen verwerkt met behulp van specifieke milieudata die Amersfoort de afgelopen jaren heeft genomen. Dit gaat bijvoorbeeld om:
- Raamovereenkomst duurzame betonnen bestratingsmaterialen
- Zwart asfalt op vrijliggende fietspaden (HIOR)
- Hergebruik straatbakstenen bij onderhoud van wegen
- Inzet emissieloos materieel
Strategische reductie CO2 uitstoot op areaalniveau (in %) | ||||||
Realisatie cijfers | Streefcijfers | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
21 | 38 | 55 | ||||
Bron: | LCA- & MKI-berekeningen, toegankelijk via areaalmodel Eco Monitor | |||||
Toelichting: | Het areaal model laat zien dat we met de maatregelen die Amersfoort de afgelopen jaren heeft genomen onze CO2 uitstoot al met ruim 21% hebben weten terug te dringen. We nemen dit percentage als uitgangpunt voor 2025. In 2026 zijn nog een aantal maatregelen genomen, onder meer de toepassing van veenvrije teelaarde bij de aanleg van groen in onze stad. | |||||
Toepassing hergebruikte en biobased materialen op areaalniveau (in %) | ||||||
Realisatie cijfers | Streefcijfers | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
60 | 65 | 55 | ||||
Bron: | MKI- berekeningen, toegankelijk via dashboard Eco Monitor | |||||
Toelichting: | Onze doelstelling is om in 2030 in 55% van onze materiaalbehoefte kunnen voorzien met hergebruikte of biobased materialen (bron: Omgevingsprogramma Circulaire Stad). Het areaalmodel laat zien dat we deze doelstelling in 2025 al hebben weten te behalen. De verwachting is dat we, door maatregelen te nemen die de CO2 uitstoot verder reduceren, nog een positieve bijdrage kunnen leveren aan het percentage hergebruikte en biobased materialen. Door het uitvoeren van MKI-berekeningen in projecten blijven we toetsen waar we staan ten opzichte van onze doelstelling. | |||||
2.1 CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie - CO2-prestatieladder
Ambitie
Gemeente Amersfoort heeft het doel om in 2027 een CO2-reductie van 10% te realiseren ten opzichte van 2024. De vorige doelstelling, 40% minder CO2 uitstoot in 2026 ten opzichte van het jaar 2018 werd al in 2023 behaald.
De CO 2 -Prestatieladder levert gemeenten concreet inzicht in de eigen uitstoot (een CO 2 -footprint) en helpt om klimaatdoelen meetbaar en structureel te verankeren. Het instrument stimuleert duurzaam inkopen, pakt de eigen voorbeeldrol en versterkt de regisseursrol in de lokale energietransitie.
De CO 2 -prestatieladder bestaat uit drie tredes. De gemeente is gecertificeerd op de CO ₂ -prestatieladder, niveau 1 (voormalig trede 3). Deze certificering helpt ons om de uitstoot van de organisatie structureel te monitoren en te verminderen. Vanaf trede 2 moet er ook werk gemaakt worden van CO 2 -uitstoot in de keten en sector. Jaarlijks vindt een audit plaats voor het behoud van de certificering. Op termijn kan de gemeente ook gecertificeerd worden op een hogere trede.
2.1 CO 2 -uitstoot van de gemeentelijke organisatie - Bedrijfsvoering
We rapporteren over scope 1 en 2 van de CO 2 -prestatieladder. We monitoren het gas- en elektriciteitsverbruik van de volgende onderdelen:
- gemeentelijk vastgoed;
- wagenpark en materieel;
- openbare verlichting ;
- gemalen en pompen;
- zakelijke reizen;
- verbonden partijen, Theater- en congrescentrum Flint NV, Parkeren Amersfoort BV, OBV Ontwikkelingsbedrijf Vathorst.
In de toekomst willen we ook de CO 2 -emissies die wij indirect veroorzaken in de productieketens (scope 3) inzichtelijk maken.
Totale CO2-uitstoot bedrijfsvoering (ton) | ||||||
Realisatie cijfers | Streefcijfers | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
1.322 | 1.278 | 1.236 | 1.195 | |||
Bron: | ||||||
Toelichting: | De uitstoot van de bedrijfsvoering van de gemeente die ziet op energie-brandstof verbruik (scope 1), elektriciteitsverbruik (scope 2) en zakelijke reizen. | |||||
Ontwikkeling van de duurzaamheidsparagraaf
Deze duurzaamheidsparagraaf is in ontwikkeling. Voor een aantal indicatoren beschikken wij al over betrouwbare gegevens. Andere indicatoren, zoals voor sociale duurzaamheid, worden de komende jaren verder ontwikkeld. Daarnaast kunnen nieuwe inzichten of werkmethodes aanleiding zijn om onderdelen van de duurzaamheidsparagraaf te herijken.
Ons doel is om steeds beter inzicht te krijgen in de effecten van ons beleid en onze bedrijfsvoering. Daarmee kunnen wij gerichter sturen op onze duurzaamheidsdoelstellingen en de voortgang daarop transparant verantwoorden.
