Inleiding
In deze paragraaf vindt u beschreven welke beleidskaders er zijn voor onze kapitaalgoederen. Ook benoemen wij de financiële consequenties van dit beleid. We doen dit voor de volgende kapitaalgoederen:
• Wegen en infrastructuur
• Riolering
• Kunstwerken
• Water
• Groen
• Gebouwen
De eerste 5 onderdelen hebben betrekking op de openbare ruimte. Wij zetten ons in voor een stad met een gezonde, schone en veilige leefomgeving voor mensen en dieren. Daarbij geven we de transitie vorm naar een groene, klimaatbestendige en circulaire stad en samenleving.
Daarnaast zetten wij onze gebouwen in voor het bereiken van bestuurlijke doelen, zoals het huisvesten van culturele instellingen, scholen, sportverenigingen en wijkcentra.
Beleidskader – Openbare Ruimte
We werken voortdurend aan het in stand houden van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte, zoals wegen, bruggen, riolering, groen en verlichting. Het daarvoor gewenste niveau ‘de Amersfoortse basis’ is in 2021 vastgelegd in het Integraal beheerplan openbare ruimte 2022-2031 (vastgesteld juni 2021). In 2026 actualiseren we het integraal beheerplan voor de periode 2027-2036. Een beleidsevaluatie met de raad over stedelijk beheer maakt deel uit van deze actualisatie. In de beleidsevaluatie onderzoeken we met de raad de doeltreffendheid en doelmatigheid van het huidige beheer en onderhoud van de openbare ruimte en kijken we vooruit naar beleidsdoelen voor de komende jaren. Voor de zomer 2027 bieden we het integraal beheerplan openbare ruimte 2027-2036 aan ter besluitvorming aan de raad.
De huidige vier beleidsdoelen voor het uitvoeren van het beheer en onderhoud zijn:
- We voldoen aan onze zorgplicht voor een veilige en functionele openbare ruimte, zowel boven als ondergronds.
- Onze inwoners zijn tevreden over (het beheer van) de openbare ruimte in de stad.
- Bij het uitvoeren van beheer en onderhoud geven we invulling aan ambities en opgaven, om de openbare ruimte te verbeteren, toekomstbestendig te maken, aan te passen op veranderingen in het klimaat en te laten passen bij de maatschappelijke behoeften. We doen dit op een duurzame wijze. We nemen de realisatie van overige ambities en opgaven in de openbare ruimte mee, mits hiervoor cofinanciering beschikbaar gesteld is.
- Wij stimuleren en faciliteren zelfbeheer en initiatieven van inwoners in de openbare ruimte.
Uitgangspunt voor beheer en onderhoud is dat de openbare ruimte veilig en functioneel blijft en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Dit is samen te vatten als de 'technische noodzaak'. Vanuit deze technische opgave zoeken we continu naar kansen om ook invulling te geven aan andere ambities en opgaven. We overleggen met omwonenden en belanghebbenden bij projecten en zoeken naar mogelijkheden om hun wensen in de uitvoering op te nemen. Dit vraagt vaak om afstemming en clustering van werkzaamheden en projecten op wijkniveau. We werken daarom gebiedsgericht per wijk of buurt.
Financiën
We dekken het in stand houden van de openbare ruimte en riolering vanuit verschillende middelen.
Vanuit de exploitatie van programma 3.5 dekken we ons service-onderhoud (meldingen e.d), dagelijks onderhoud zoals de integrale wijkbestekken, straatreiniging en maaibestekken en delen van het groot onderhoud, bijvoorbeeld wegonderhoud.
De instandhouding (groot onderhoud en vervangen) van de openbare ruimte en riolering wordt gedekt vanuit drie voorzieningen en vervangingsinvesteringen openbare ruimte en riolering.
Tabel PO.01 geeft een overzicht voor de beschikbare middelen voor 2027 tot en met 2030. Voor deze periode gaat in het totaal om bijna € 164,1 mln. Hiervan betreft zo’n € 44,4 mln. dekking van de lasten van riolering en watertaken (4,6 mln. + 39,8 mln.). De overige € 119,8 mln. is ten behoeve van groot onderhoud en vervanging van de openbare ruimte (25,6 mln. + 94,1 mln.). Onder de tabel zijn deze verder toegelicht.
Het ‘Meerjarenuitvoeringsprogramma openbare ruimte 2027-2030’ (verder ‘MJP-OR’) geeft een gedetailleerd overzicht welke projecten voor deze middelen zijn gepland.
Tabel: PO.01 Beschikbare middelen instandhouding openbare ruimte en riolering
T/M 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Voorziening onderhoud openbare ruimte | € 5.939 | € 4.916 | € 4.916 | € 4.916 | € 4.916 | € 25.603 |
Voorziening onderhoud riolering (tijdelijk) | € 4.620 | € 4.620 | ||||
Vervangingsinvesteringen openbare ruimte | € 44.097 | € 16.746 | € 12.013 | € 10.250 | € 11.000 | € 94.106 |
Vervangingsinvesteringen riolering | € 13.087 | € 6.670 | € 6.670 | € 6.670 | € 6.670 | € 39.767 |
TOTAAL | € 67.743 | € 28.332 | € 23.599 | € 21.836 | € 22.586 | € 164.096 |
• Voorziening groot onderhoud openbare ruimte (groot onderhoud wegen/openbare ruimte, baggeren en vervanging groen en bomen). Er wordt jaarlijks € 4,9 mln. in de voorziening gestort. In begin 2026 resteerde er nog € 5,9 mln. de voorziening. Daarmee is de komende vier jaar ongeveer € 25,6 mln. beschikbaar voor uitvoering van groot onderhoudsprojecten.
• Voorziening groot onderhoud riolering (ex artikel 44 lid 1c BBV): Dit is een voorziening ten behoeve van nog niet uitgevoerde projecten uit het GRP 2012-2021. Hier is oorspronkelijk € 26,9 miljoen gestort vanuit de voorziening middelen derden (ex artikel 44 lid 2 BBV). Deze voorziening wordt opgeheven wanneer de projecten zijn afgerond. Begin 2026 resteerde nog € 4,6 mln. We verwachten dat deze voorziening eind 2028 leeg is en dan kan worden opgeheven.
• Vervangingsinvesteringen openbare ruimte (ten behoeve van vervanging van o.a. integrale herinrichtingen, wegen, openbare verlichting, bruggen, kademuren, grote speelplekken en kunstgrasvelden). Het betreft de dekking voor vernieuwing van assets die moet worden geactiveerd conform de BBV. De benodigde bedragen voor vervangingsinvesteringen zijn berekend in het integraal beheerplan Openbare ruimte 2022-2031 en zullen in 2027 worden geactualiseerd. De bedragen wordt jaarlijks in de kadernota aangevraagd. Een deel van nog niet uitgegeven investeringsbedragen zijn verdeeld over de periode 2027-2030. Daarmee is in totaal € 94,1 mln. beschikbaar, voor de uitvoering van de in het MJP-OR vastgelegde projecten.
• Voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen riolering (ex artikel 44 lid 1d BBV) dit betreft de projecten in het kader van gemeentelijke watertaken, zoals het aanleggen of vervangen van riolering, zoals opgenomen in het Gemeentelijke Rioleringsplan Amersfoort 2021-2031 en het programmaplan gemeentelijke watertaken 2026-2031 .
Deze voorziening vangt fluctuaties in de lasten door investeringen op en voorkomt de stijging van kapitaallasten. Er wordt in de komende vier jaren in totaal € 26,7 mln. gestort. Daarnaast resteert naar verwachting nog ongeveer € 13 mln. in deze voorziening op 1 januari 2027. Daarmee is van 2027 tot en met 2030 in totaal € 39,7 mln. beschikbaar.
Daarnaast hebben we nog de Voorziening middelen derden (ex artikel 44 lid 2 BBV). Dit is een egalisatievoorziening voor het productsaldo riolering. Het meerdere in de voorziening wordt aangewend ter dekking van de kapitaalslasten van investeringen uit de periode 2018-2020.
Uitvoeringsprogramma openbare ruimte 2027-2030
Voor het groot onderhoud en vervangingen stellen we jaarlijks een voortschrijdend meerjarenuitvoerings-programma openbare ruimte (MJP-OR) op. Dit programma bevat de concrete activiteiten en projecten die we in voorbereiding en uitvoering nemen en de kosten daarvan (voor engineering, uitvoering en bijkomende kosten). Het MJP-OR beslaat steeds een periode van vier jaar, gelijklopend met de periode van de meerjarenbegroting. In het MJP-OR worden ook de projecten voor de gemeentelijke riolering opgenomen. De besluitvorming en dekking daarvan loopt via het Gemeentelijke Rioleringsplan Amersfoort 2021-2031 (GRP), vastgesteld in juni 2021. Deze bevatte een werkprogramma tot en met 2025. Het programmaplan gemeentelijke watertaken 2026-2031 bevat de aanvullende werkplanning voor 2026 tot en met 2031..
Het MJP-OR 2027-2030 geeft een compleet overzicht en een uitgebreidere toelichting op gerealiseerde projecten en de planning voor de komende jaren. Voor de periode 2027-2030 zijn dit circa 100 projecten; zowel integrale projecten met een gecombineerde aanpak van riolering, wegen, groen, kunstwerken en verlichting, als ook sectorale projecten voor één van deze onderdelen. Daarnaast wordt financieel bijgedragen aan projecten, zoals baggeren (Waterschap) of damwanden van de Eem (provincie).
Bij integrale herinrichtingsprojecten wordt de openbare ruimte volledig vernieuwd. Dit proces duurt meerdere jaren. In 2027 zijn/komen onder meer in uitvoering: De Horsten (Liendert), Berg-Noord (Oranjelaan e.o), Aletta Jacobslaan e.o., Jeruzalem, Lisztstraat e.o. en de Indische buurt. Bij Hooglanderveen-Dorp, Kruiskamp-Zuid, Juliana van Stolbergbuurt en Liendert loopt de voorbereiding door. We starten de voorbereiding voor een herinrichting van Bieshaar-Noord.
Als sectorale projecten in het MJP-OR 2027-2030 loopt het grootschalig vervangingsprogramma voor de openbare verlichting. Andere grotere werken zijn het relinen van rioleringen, renoveren van kademuren en uitvoering van beheerplannen voor parken als Randenbroek, Schothorst en Waterwingebied. We gaan door met herstraten van de Soesterweg en vervangen van diverse houten fiets-voetgangersbruggen. We starten in 2027 met baggerwerkzaamheden in de stadsgrachten en renovatie van diverse groenvakken.
Na veel vertragingen start ook de uitvoering van het Drakenpark ter vervanging van de inmiddels gesloopte Draak in Nieuwland.
Aandachtspunten bij uitvoeringsprogramma 2027-2030
Beheer en onderhoud van de openbare ruimte zijn langlopende processen die langzamerhand veranderen en zich aanpassen aan nieuwe vragen en opgaven. Daarmee is de situatie rondom beheer en onderhoud vergelijkbaar met de afgelopen jaren, maar zijn er wel trends zichtbaar. In deze paragraaf wordt een aantal van deze trends en actuele ontwikkelingen toegelicht.
• De afgelopen jaren zijn prijzen van materialen, energie en brandstoffen aanzienlijke gestegen. Daarbij leidt schaarste in capaciteit bij uitvoerende partijen ook tot een verhoging van de prijzen. In veel contracten van lopende projecten mogen prijsindexaties worden doorgevoerd. De financiële buffer die is ontstaan door achterstanden zorgt er voor dat de kostenstijgingen niet leiden tot uitstel van projecten. Door de prijsstijgingen kunnen uiteindelijk wel minder projecten worden uitgevoerd voor het gereserveerde budget.
In 2026 werken we aan een nieuw 'integraal beheerplan openbare ruimte 2027-2036', met een geactualiseerde lange termijnstrategie en een hernieuwde berekening over de kosten van het onderhouden en vernieuwen van de openbare ruimte. Deze is begin 2027 gereed en wordt ter besluitvorming aan de raad aangeboden.
• Bij de aanpak van technische beheeropgaven, zoals vernieuwen van de openbare ruimte in buurten waar deze versleten is, geven we zo veel mogelijk invulling aan andere relevante maatschappelijke opgaven. Dit betekent aandacht voor klimaatadaptie, vergroening, toegankelijkheid, circulariteit, biodiversiteit, gezondheid, mobiliteit, bewegen en ontmoeten. Daarnaast vragen steeds meer functies vragen een plek in de openbare ruimte, denk aan deelvervoerhubs, middenspanningsruimten, kabels&leidingen, buurtbatterijen, laadpalen en pakketkluizen. Omdat letterlijk de ruimte ontbreekt om aan alle ambities en ruimtevragers een plek te geven moeten keuzes worden gemaakt waar we wat kunnen en willen realiseren. Dit vraagt aandacht voor de afwegingen in de openbare ruimte in de geactualiseerde omgevingsvisie en omgevingsprogramma's.
Bij vernieuwingen van de openbare ruimte houden we rekening met extra kosten (10%) om bij te dragen aan maatschappelijke opgaven. Bij hogere extra kosten is cofinanciering noodzakelijk.
• We werken met het prioritaire programma VORP (versnelling openbare ruimte projecten) aan de ontstane achterstand in de uitvoering van projecten. De effecten van de aanpak worden langzamerhand zichtbaar in het verkorten van doorlooptijden van projecten en het vergroten van de totale werkpakket.
Het gevolg van achterlopen op de planning is verlies in kwaliteit in de wijken die wachten op een aanpak. Dit is vooral zichtbaar en merkbaar in de verhardingen. Het vraagt extra inzet en middelen van het dagelijks onderhoud om deze openbare ruimte veilig te houden. Inschatting is dat vanuit verhardingen en het wijkonderhoud ongeveer € 200.000 per jaar nodig is om de veiligheid te waarborgen, wat moet worden opgevangen binnen programma 3 bedrijvigheid. Dit lukt, maar het betekent wel minder budget voor het handhaven van de beeldkwaliteit en ‘toonbaarheid’ van de onze openbare ruimte, zoals verouderde beplantingsvakken. Deze zien er minder mooi uit maar zijn niet onveilig voor de gebruiker van de openbare ruimte.
• De leeftijdsopbouw van de openbare ruimte is niet gelijkmatig. Vanaf 2030 komt er een grote piek in de vervangingsopgave door de noordelijke wijken (Schothorst - Zielhorst - Kattenbroek - Nieuwland), die in een hoog tempo zijn gebouwd vanaf de jaren '70. Daarmee bereiken zij in eenzelfde snel tempo de einde levensduur bij ongeveer 50-60 jaar oud. We brengen deze ontwikkeling in beeld en werken aan een strategie om de openbare ruimte steeds in goede staat te kunnen houden. Dit kan per wijk/buurt variëren van gecontroleerd tijdelijk lagere kwaliteiten accepteren, het oprekken van levensduren met groot onderhoud, vernieuwen van de bestaande inrichting tot compleet herinrichten. De strategie maakt deel uit van het opstellen van het geactualiseerde integrale beheerplan openbare ruime 2027-2036.
Amersfoortse basis
Het Integraal beheerplan openbare ruimte 2022-2031 vat de beoogde kwaliteit van het beheer en onderhoud samen als ‘Amersfoortse basis’. De kern hiervan is dat we continu zorgen voor een veilige en functionele openbare ruimte en daarmee voldoen aan onze zorgplicht. Gemeente Amersfoort zorgt dat de beeldkwaliteit van de openbare ruimte voldoet aan CROW-B-kwaliteit conform de CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte. Om aan het beeldkwaliteitsniveau ‘B’ te voldoen, is de norm dat maximaal 20% van de openbare ruimte een lage (‘C’) of zeer lage kwaliteit (‘D’) mag hebben. Uit monitoring en inspecties blijkt dat we de beoogde kwaliteit over het algemeen door de hele stad halen. Wel staat deze in enkele buurten onder druk door het later vervangen van wegen en groen dan gewenst. We zien als gevolg daarvan dat ook de begroting onder druk komt te staan om deze kwaliteit te behouden, met name om het veilig gebruik van de openbare ruimte te waarborgen. Daarnaast is één van de redenen van veel en zich herhalende schades aan verhardingen de opdruk van boomwortels. Dit pakken we aan in projecten.
In de Binnenstad is de norm voor de bovengrondse openbare ruimte beeldkwaliteitsniveau ‘A’, maar in de praktijk ligt de gerealiseerde kwaliteit hier iets onder. De hoge gebruiksdruk en de bijbehorende extra slijtage zijn hiervan oorzaken.
Onderhoud
Tabel: PO.02 Onderhoudstabel
ONDERDEEL OPENBARE RUIMTE | TECHNISCHE STAAT | INSPECTIE- MONITORINGSMETHODE |
|---|---|---|
Groen | B | Beeldkwaliteit CROW kwaliteitscatalogus |
Bomen | B | Kwaliteitseisen Beheerrichtlijnen Bomen/ BVC-inspectie |
Spelen | B | Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen |
Oevers en beschoeiingen | B-C | Inspectie op veiligheid |
Wegen | B | Inspectie CROW schadebeelden/beeldkwaliteit |
Civiele kunstwerken | B | Inspectie op veiligheid/ functionaliteit |
Openbare verlichting | B | Inspectie op functionaliteit/ NSVV-normen/ beeldkwaliteit |
Riolering | B | Functioneel niveau/ RIONED-normen |
Beleidskader – Gebouwen ten behoeve van maatschappelijke en ruimtelijke beleidsdoelstellingen
De gemeentelijke vastgoedportefeuille bestaat in hoofdlijn uit twee delen: het maatschappelijk vastgoed en het strategische vastgoed. In totaal zijn het circa 400 vastgoedobjecten, bestaande uit gebouwen en gronden. Het maatschappelijk vastgoed huisvest organisaties die van belang zijn voor een prettige woonomgeving, sociale cohesie en maatschappelijk welzijn. Het zijn musea, wijkcentra, monumenten, sportgebouwen en -velden, atelierruimtes, terreinen voor volks- en speeltuinen en scoutingverenigingen en enkele tijdelijke onderwijsgebouwen. Ook hebben we acht multifunctionele accommodaties (MFA's), waarin meerdere functies met elkaar in één gebouw gehuisvest zijn. Dit betreffen relatief grote en moderne gebouwen in onze portefeuille. Ter illustratie: deze acht gebouwen beslaan meer dan een kwart van het aantal vierkante meters in onze portefeuille. Voorbeelden zijn het Eemhuis, het Icoon en de Zonneparel.
Onderdeel van ons vastgoed zijn ook ongeveer 25 monumentale objecten, onder andere de Koppelpoort, de Onze Lieve Vrouwe-toren en het Belgenmonument. Het zijn met name objecten die een cultuurhistorische en/of maatschappelijke functie binnen de gemeente hebben. De exploitatie van deze groep panden kan door hun kenmerkende karakter niet kostendekkend gebeuren. Deze objecten zijn niet of slechts gedeeltelijk te verhuren en hebben hoge onderhoudskosten, omdat het onderhoud zeer specialistisch van aard is. Ten behoeve van deze onderhoudskosten is een structureel budget beschikbaar of zijn onderhoudsvoorzieningen gevormd.
Er wordt een grootscheepse restauratie van de Onze Lieve Vrouwe-toren verwacht. Dergelijke grote investeringen worden niet binnen de onderhoudskosten begroot. In 2027 verwachten wij een onderzoek te doen naar de restauratie van de toren. Hiervoor wordt een gespecialiseerde partij ingeschakeld. Het krediet dat beschikbaar was voor de renovatie van de torenspits is in 2020 doorgezet naar 2028. Het doorschuiven van dit krediet is een eerste stap in het tijdig reserveren voor dit grote renovatieproject. Wij zullen op termijn terugkomen met de te verwachten renovatiekosten van de toren, welke een zeer forse investering met zich mee zal brengen. Hiervoor zal er een apart investeringskrediet worden aangevraagd.
Het beheer en de exploitatie van ons vastgoed hebben wij voor een groot deel uitbesteed aan SRO Amersfoort BV. Hiertoe hebben wij met SRO een deelovereenkomst gesloten (tot 1 januari 2029), waarin zaken als staat van onderhoud en exploitatierisico zijn opgenomen. Voor de sportgebouwen en ook de meeste van de welzijns- en culturele gebouwen bouwt SRO de voorziening op en voert zij vanuit deze voorziening het meerjarig, planmatig onderhoud uit. Voor de MFA's, Monumenten en het Culturele vastgoed geldt dat de gemeente de onderhoudsvoorziening opbouwt. De basis voor deze voorziening zijn meerjarige onderhoudsplannen die elke drie jaar geactualiseerd worden.
Om een beter beeld te krijgen van de toekomstige te verwachten vervangingsinvesteringen in de vastgoedportefeuille is gewerkt aan een meerjareninvesteringsplanning. In de Kadernota 2024-2027 is ten behoeve van de Vervangingsinvesteringen Maatschappelijk Vastgoed een totaal investeringskrediet van € 180 miljoen opgenomen (over de periode 2025 t/m 2030). Na indexeringen en het verwerking van een ombuiging (zie ombuigingsmaatregel O02/bijlage 2 van de Kadernota 2025-2028) is over de genoemde periode in totaal een investeringskrediet beschikbaar van afgerond € 186 miljoen.
De opgave om het vastgoed dat op dit moment 40 jaar of ouder is te vernieuwen is dusdanig groot dat een gefaseerde aanpak en uitvoering noodzakelijk is. Dat vraagt om een concrete planning. Om te bepalen in welke objecten in de vastgoedportefeuille van gemeente Amersfoort wel of niet wordt geïnvesteerd in het kader van de vervangingsinvesteringen maatschappelijk vastgoed en op welk moment, zijn er objectieve selectiecriteria en een uitvoeringsplanning vastgesteld.
Een groot deel van het maatschappelijk vastgoed komt in aanmerking voor verduurzaming. Hiervoor is een Routekaart opgesteld die op 10 november 2020 met de Raad is gedeeld. In 2023 heeft een innovatieve aanbesteding plaatsgevonden waarmee 5 aannemende partijen geselecteerd zijn om de kernportefeuille in de komende jaren te verduurzamen. Afgelopen twee jaar zijn de eerste accommodaties opgeleverd.
De strategische portefeuille bestaat uit vastgoed (gronden en gebouwen), dat verworven is ten behoeve van de uitbreiding en kwalitatieve verbetering van de stad, zoals voor (her-)ontwikkeling van woningbouw en voor bedrijfsmatige en infrastructurele projecten. Ook het te verkopen vastgoed maakt onderdeel uit van de strategische portefeuille. Daarnaast werken we aan actualisatie van het vastgoedbeleid.
Beleidskader – Gebouwen voor gemeentelijke organisatie
Begin 2024 is de bouw van het Huis voor de Stad gestart. Het project loopt binnen de (financiële) kaders, de oplevering valt in het vierde kwartaal 2026. De gevolgen van Netcongestie zijn aanzienlijk. Inmiddels is de Raad geïnformeerd (eind september 2025) over de financiële gevolgen voor het investering- en/of exploitatiebudget.
In afwachting van de oplevering van het nieuwe Huis voor de Stad wordt in de huidige gebouwen alleen het instandhoudingsonderhoud uitgevoerd. Om aan wettelijke eisen met betrekking tot brandveiligheid en ARBO te voldoen zullen het komende jaar nog werkzaamheden noodzakelijk zijn.
De (incidentele) lasten van het beheer van het huidige stadhuis (o.a. instandhoudingsonderhoud) worden gedekt uit de reserve "Onderhoud stadhuis’. Deze reserve is gevormd uit de voormalige voorziening ‘Onderhoud stadhuis’. Uit deze reserve worden ook de lasten van de verhuizing naar de nieuwbouw gedekt en de kosten voor nazorg, zoals besloten in Vervolgproces Toekomst Stadhuis . De reserve wordt gevoed met de jaarlijkse dotatie voor onderhoud gebouwen stadhuisplein. In 2026 heeft inzake het ‘huidige’ stadhuis de laatste dotatie aan deze reserve plaatsgevonden. Met betrekking tot Stadhuisplein 5 en 7 (de te behouden locaties) vindt in 2027 nog wel de jaarlijkse dotatie aan deze onderhoudsreserve plaats. De onttrekking vindt plaats op basis van de in de begroting geraamde onttrekking.
De consequenties van (en mogelijkheden voor) tijdelijk beheer van het huidige stadhuis, nadat het nieuwe Huis voor de Stad in gebruik is genomen en tot het moment dat de locatie daadwerkelijk verkocht of herontwikkeld wordt, worden uiterlijk in 2026 in beeld gebracht. Hierbij worden ook de mogelijke financiële consequenties in beeld gebracht. Voor de eventuele kosten van tijdelijk beheer wordt, gedurende de hele periode van tijdelijkheid, gebruik gemaakt van de middelen uit de Reserve Onderhoud Stadhuis. Dit past bij het eerder vastgesteld uitgangspunt voor de nieuwbouw van het Huis voor de Stad dat ‘de kosten worden betaald binnen het kader van de beschikbare structurele en incidentele middelen voor huisvesting’. Als de financiële consequenties inzake het tijdelijk beheer in beeld zijn en er budget vanuit de Reserve Onderhoud Stadhuis nodig is, zal dit middels een raadsvoorstel worden voorgelegd.
Daarnaast is deze reserve benoemd om de risico’s van de herontwikkeling te beperken (zie Financiële Analyse Variantenstudie ), nadat de locatie in 2027 verlaten wordt.
Voor de te behouden locaties (Stadhuisplein 5 en 7), geldt dat het beheer en onderhoud van deze panden in lijn is gebracht conform de beleidskaders in de Nota Vastgoedbeheer. Voor deze locaties zijn nieuwe duurzame meerjarenonderhoudsplannen opgesteld.
Onderwijshuisvesting
De gemeente Amersfoort heeft de wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Deze zorgplicht is sinds 2019 doorgedecentraliseerd naar de schoolbesturen. De schoolbesturen vormen samen de coöperaties Samenfoort Primair Onderwijs (PO) en Voortgezet Onderwijs (VO). De schoolbesturen zijn juridisch eigenaar van de schoolgebouwen, de gemeente heeft het economisch claimrecht. De scholen die zijn gehuisvest in een zogenaamde Multifunctionele Accommodatie (MFA) zijn geen onderdeel van de afspraken met de coöperaties.
De coöperaties maken investeringsplannen voor de onderwijshuisvesting. De raad heeft eind 2022 de investeringsplannen voor primair en voortgezet onderwijs voor de periode 2023-2026 ontvangen en de voortgangsrapportage voor de periode 2019-2022. Begin 2027 wordt de volgende vierjaarlijkse rapportage Voortgang en Herijking aangeboden aan de raad.
In 2027 wordt het scholencluster Laakse Tuinen in Vathorst opgeleverd. Daarnaast start de bouw van basisschool Het Anker in het Soesterkwartier en De Kinderhof in Rustenburg. Er zijn meerdere scholen bezig met de planvorming en voorbereidende werkzaamheden, onder andere De Kubus en Magneet in het Soesterkwartier en SBO Zuid. In het voortgezet onderwijs worden vanaf 2027 drie gebouwen vernieuwd. MFA de Zonneparel wordt uitgebreid, zodat de basisscholen De Windroos en de Wijde Wereld beide toekomstbestendig zijn gehuisvest.
Elke vier jaar wordt de raamovereenkomst doordecentralisatie onderwijshuisvesting herijkt. In samenspraak met de coöperaties Samenfoort PO en VO is een addendum op de originele versie opgeleverd en vastgesteld. Dit addendum biedt de mogelijkheid aan de schoolbesturen om naast onderwijsvierkante meters, op basis van een businesscase, ook te bouwen voor multifunctionaliteit. We rusten hiermee schoolgebouwen nog beter toe op de toekomst.
Afschrijvingsduur per categorie
Tabel: PO.03 Afschrijvingsduur per categorie
CATEGORIE | AFSCHRIJVINGSDUUR |
|---|---|
Materiële vaste activa | |
Automatisering: | |
Netwerkbekabeling glas | 10 jaar |
Server software en licenties | 3 - 5 jaar |
Computer(accessoires) | 4 jaar |
Data center voorzieningen | 5 jaar |
Applicatiesoftware | 4 -7 jaar |
Inventaris: | |
Meubilair | 10 jaar |
Overige voorzieningen | 5 - 15 jaar |
Vervoermiddelen: | |
Dienstauto's | 5 jaar |
Gebouwen: | |
Diverse gebouwen (o.a. stadhuis, zwembad, sporthallen etc.) | 20 - 50 jaar |
Renovatie gebouwen | 5 - 30 jaar |
Diverse noodlokalen | 15 jaar |
Terreinen: | |
Sportterreinen | 40 jaar |
Speelterreinen | 30 jaar |
Kunstgrasvelden | 10 jaar |
Infrastructuur: | |
Reconstructies en groot onderhoud wegen | 25 - 40 jaar |
Integrale projecten in de openbare ruimte | 35 jaar |
Kademuren/ bruggen | 50 jaar |
Beschoeiingen | 40 jaar |
Houten bruggen | 25 jaar |
Verkeersregelinstallaties | 15 jaar |
Openbare verlichting masten | 48 jaar |
Openbare verlichting armaturen | 24 jaar |
Openbare verlichting kabels | 60 jaar |
Openbare verlichting schakelkasten | 30 jaar |
Rioleringsinvesteringen | 40 jaar |
